Verklarende woordenlijst

  • Aandraaien van ankerpluggen

    Is de laatste montagebewerking. Door het aandraaimoment uit te oefenen (met behulp van een momentsleutel) ontstaat een voorspanning die het te bevestigen bouwelement verankert aan het ondergrondmateriaal.

  • Aandraaimoment

    Koppel dat men op een ankerplug moet uitoefenen om een optimale verbindingssterkte te waarborgen.

  • Afkantingen

    Vlakke afschuining, verkregen door de scherpe kant af te zagen.

  • BBS (droog ruw hout)

    Stuk massief hout verkregen door verzagen van boomstammen. Dit stuk hout werd gedroogd met het oog op een optimale maatvastheid van het product, lichtheid, verwerkingsgemak en eventuele behandeling. Dit product is niet geschaafd en ziet er dus ruw uit.

  • Bebording

    Houten plank die op de kepers vastgemaakt wordt en waarop de dakbedekking (leien, pannen enz.) vernageld wordt.

  • Bevestiging

    Methode waarbij draadstangen in ondergrondmateriaal verankerd worden om een bouwelement te bevestigen.

  • Blinde ankerplug

    Ankerplug die na de plaatsing niet uit de ondergrond steekt (= verzonken blijft).

  • Blokkeel

    Houten kaponderdeel dat de kapstijl verbindt met de muur of met een kolom waarop het kapbeen is gemonteerd, en dat de muurplaat draagt.

  • BMA (massief gevingerlast hout)

    Stuk hout verkrijgen door bewerking en verlijming op het uiteinde van verschillende stukken massief hout (kopse verbinding). Met deze techniek kunnen de grootste gebreken uit het hout worden verwijderd.

  • BRS (droog geschaafd hout)

    Stuk massief hout verkregen door schaven van BBS (Bois Brut Sec). Nadat het geschaafd is kan het nauwkeuriger worden bewerkt en gemonteerd, en is het aangenamer om te hanteren tijdens de verwerking. De schaafbewerking kan ook eventueel als afwerking worden gebruikt.

  • Buiteninrichting

    Loopdek, banken, tuinhuisjes, terrassen, borstweringen, kolommen, geluidsschermen....Die soorten inrichtingen worden blootgesteld aan de weersomstandigheden en het zonlicht, en soms aan permanent contact met de vochtige bodem. Het hout moet afkomstig zijn van heel duurzame soorten met geschikte verbindingen en bevestigingen, voor een goede stabiliteit.

  • Buitenloopdek

    Bekleding van buitenvloer bestaande ofwel uit loopplanken die rechtstreeks op een ondergrond worden bevestigd, ofwel uit loopplanken die worden bevestigd op dwarsbalken, die zelf op een ondergrond rusten.

  • Chemische verankering

    Plug waarbij het draadeind verankerd wordt door een mengsel van verharder en hars.

  • Constructie

    Realisatie van kapconstructies en/of houtskeletbouw die sterke en toch licht te hanteren houtsoorten vereisen. Het kan gaan om ruw hout (BBS), droog geschaafd massief hout (BRS), massief gevingerlast hout of gelijmd gelamineerd hout. Uit gerestaureerd hout kunnen met name grote stukken kapconstructies en sterke kolommen worden gehaald. Alle soorten naaldhout kunnen worden gebruikt.

  • Corrosie

    Corrosie is de neiging van metaal om, als gevolg van een reactie met de omgeving, terug te keren tot de ertsvorm waarin het oorspronkelijk opgedolven wordt.

  • Dagziende ankerplug

    Ankerplug die na de plaatsing uit de ondergrond steekt (= in het gezicht komt).

  • Dakraam

    Uitbouw in het dakschild om een dakvenster in de kapruimte (zolderruimte) aan te brengen.

  • Daktengels (panlatten)

    Dun, smal houten latje dat op de kepers bevestigd wordt en waarop de dakbedekking (pannen, leien enz.) met haken vastgemaakt wordt.

  • Draagklamp

    Ook kardoes genoemd. Driehoekig bevestigingselement uit fineerhout (triplex/multiplex) om meerdere houtdelen aan elkaar te vernagelen.

  • Duurzaamheidsklassen van hout

    De duurzaamheid van hout is de sterkte van de houtsoorten ten aanzien van biologische aantastingsfactoren (houtrotschimmels, houtetende larven, termieten).Elke houtsoort bezit een natuurlijke duurzaamheid tegen biologische aantasting.

  • Dwarsbalk

    Ook vloerbalk genoemd. Houten kaponderdeel dat rust op de liggers of draagmuren van een gebouw ter ondersteuning van de vloer, het plafond of het dak.

  • Eindschild

    Ook dakstoel genoemd. Uiteinde van een dak met drie dakschilden.

  • ETA

    Europese technische goedkeuring (ETA) waaruit de geschiktheid voor het beoogde gebruik blijkt van een product waarop de CE-markering aangebracht moet worden. Dit is een Europees keurmerk van overeenstemming.

  • Eurocodes

    Geïntegreerd geheel van Europese normen voor het ontwerp en de dimensionering van gebouwen en civieltechnische werken.

  • Fineerplaat

    Plaat bestaande uit verschillende lagen opeengeplaatste en onderling verlijmde fineerlagen. De lagen worden gekruist en zijn altijd oneven in aantal. De plaat wordt gebruikt voor uiteenlopende toepassingen: verpakking, bouw, meubilair, decoratie enz.

  • Fineerwerk

    Dunne houtplaten verkregen ofwel door zagen, ofwel door schillen.De fineerbladen zijn bestemd om te worden verlijmd met elkaar (fineerhout) of op een ondergrond, meestal uit hout of op basis van hout (plaat), voor het vervaardigen van elementen voor binnenhuisdecoratie.

  • Gebintstijlen

    Samenstel van hardhouten binten of dwarsbalken waaruit een kapconstructie samengesteld is.

  • Gebruiksklassen van hout

    De gebruiksklasse van hout wordt bepaald volgens de verwerkingskarakteristieken van het product en de externe eisen.De definities van de gebruiksklassen zijn bedoeld om de bevochtigingstoestanden van de houtsoorten in categorieën onder te brengen met het oog op de beheersing van hun aantasting door schimmels.

  • Gelijmd gelamineerd hout (BLC)

    Stukken hout uit lamellen van gevingerlast massief hout, die op elkaar zijn gestapeld en dan verlijmd. Met deze methode kunnen balken met een zeer grote doorsnede worden vervaardigd die geschikt zijn voor grote overspanningen en kolommen met een grote stabiliteit.

  • Gescheurd beton

    Beton wordt als gescheurd beschouwd wanneer de spanning in het beton gelijk is aan oL + oR > 0.

  • Gevelbekledingsplanken

    Gevelbekleding is een huid van de buitengevelbekleding bestaande uit dunne elementen die mechanisch op een geraamte worden bevestigd. De schil vervult de functies van thermische en akoestische bescherming en afdichting en geeft stabiliteit aan de constructie. Er bestaan verschillende technische oplossingen voor buitenbekleding: ruwhouten planken, composiethout, houten panelen, composietvezelplaten, composiethouten platen enz.

  • Gording

    Horizontale balk (ligger), evenwijdig met een dakgoot, die dient als tussensteun voor de kepers of dakbedekking.

  • Gordingklos

    Driehoekig draag- of steunstuk van de gording, dat boven op het kapbeen bevestigd wordt.

  • Hanenbalk

    Horizontaal verbindingselement voor de doorbouw van een kapruimte (zolderruimte).

  • Hartafstand

    Afstand hart op hart, dat wil zeggen gemeten van het midden tot het midden.

  • Hoekkeper

    Onderdeel van het eindschild. Houtdeel in een hoekgebint (hoekkeperspant) dat een uitspringende hoek vormt op de zijdelingse snijlijn van twee dakschilden; verbindt de trekbalk van het hoekkeperspant met de makelaar van het eindspant.

  • Inkeping

    Overlangse insnijding met materiaalverwijdering (verbindingsinkeping).

  • Inspannen van betonijzers

    Het verankeren van betonijzers om te zorgen voor een doorlopende wapening in gewapendbetonconstructies.

  • Kapbenen

    Belangrijkste kaponderdeel dat het kapgebint vormgeeft, gaande van de trekbalk naar het boveneind van de makelaar. De kapbenen dragen de gordingen en worden op druk belast.

  • Kapgebint

    Draagstructuur van een kapconstructie, haaks op de gevel van een gebouw.

  • Kapspant

    Lichte kapbint die rechtstreeks dienst doet als keper en trekbalk.

  • Karbeel

    Keper van het eindschild, op de gordingen van de dakstoel geplaatst om de muurplaat met de hoekkeper te verbinden.

  • Keper

    Ook dakspar genoemd. Houten kaponderdeel dat op de gordingen rust en dat de panlatten (daktengels) of bebording draagt; verbindt de muurplaat met de nokgording.

  • Knikbeveiliging

    Inrichting die aangebracht wordt op alle op druk belaste constructiedelen waarvan de slankheidsfactor te hoog is om voldoende knikweerstand te bieden.

  • Koppelbalken

    Evenwijdige, paarsgewijs verbonden houtdelen waarin andere delen zijn ingewerkt ter verbinding als kapbenen, kapstijlen.

  • Krammen

    In hoefijzervorm gebogen metalen bevestigingsmiddelen met twee afgeschuinde puntige einden waarmee houtdelen tijdelijk aan elkaar verbonden worden.

  • Lichte belasting

    Hiervoor worden hoofdzakelijk kunststof pluggen toegepast voor gebruiksbelastingen kleiner dan of gelijk aan 200 daN of 200 kg.

  • Luifel

    Klein afdak, doorgaans boven een opening aangebracht als bescherming tegen weer en wind.

  • Makelaar

    Verticaal houten kaponderdeel dat de boveneinden van kapbenen, de steekschoren, de nok en de trekbalken met elkaar verbindt.

  • Mechanische verankering

    Ankerplug waarbij de hechting op het beton mechanisch tot stand gebracht wordt.

  • Middelzware belasting

    Hiervoor worden hoofdzakelijk metalen en chemische pluggen toegepast voor gebruiksbelastingen kleiner dan of gelijk aan 1000 daN, 1000 kg of 10 kN.

  • Muurplaat

    Op de gootmuur liggend houtdeel en waarop de voeteinden van de kepers rusten.

  • Nok

    Bovenste snijlijn van een dak, gevormd op de plaats waar twee dakschilden samenkomen.

  • Nokgording

    Bovenste gording die de nok of bovenste snijlijn van het dak vormt.

  • Parket

    Vloerbekleding bestaande uit elementen van hout of op basis van hout waarvan de bekledingslaag uit hout bestaat en overal een dikte van minimaal 2,5 mm vertoont. Men onderscheidt 3 groepen parket: parket uit massief hout, meerlagenparket en ander parket (uit kopshout of lamellen op kant).

  • Puntgevel

    Uiteinde van het gebouw uit hout of metselwerk, gelijklopend met het kapgebint, waarop de gordingen en nok van een kapconstructie rusten.

  • Raveelbalk

    Houten draagbalk die een uitsparing in het dak of de vloer afsluit en waarop de kepers of dwarsbalken rusten.

  • Schrijnwerkinrichting

    Vierkant hout, deuren, fineerplaten, houten profielen...Tal van ruwe of meer bewerkte producten die beantwoorden aan de veel gezochte esthetische eigenschappen. De verschillende houtsoorten en afwerkingen maken variaties mogelijk met texturen en kleuren.

  • Sherardiseren

    Thermochemisch anticorrosief proces waarbij een diffusielaag van zink in het staaloppervlak aangebracht wordt.

  • Sleufgat

    Gat met een langwerpige doorsnede.

  • Steekschoor

    Houten kaponderdeel waarvan het ene uiteinde vastgemaakt wordt aan het kapbeen onder een gording en het andere uiteinde in de makelaar ingewerkt wordt.

  • Trekbalk

    Horizontaal, vaak met draagstukken geschoord houten kaponderdeel aan de dakstoel, dat de voeteinden van de kapbenen verbindt met het ondereind van de makelaar en waarop de muurplaten rusten.

  • Tussenstukken

    Ook dwarshouten genoemd. Houten verstijvingsstuk van de dwarsbalken of gordingen, bedoeld om te vermijden dat die gaan overhellen of scheef komen te liggen.

  • Uilenbord of uilengat

    Dakraam loodrecht op de helling van het dakvlak.

  • Uitsparing

    In een dak of vloer uitgespaarde opening voor de doorbouw van een schoorsteen, trap, luik enz.

  • Verankeringsdiepte

    De afstand tussen het bovenvlak van de ondergrond en het onderliggende materiaal.

  • Vlakke inkeping

    Het uithollen of uitfrezen van een oppervlak met behulp van een frees of freesmachine.

  • Wan

    Oneffenheid, holte bij het kantrechten (vierkant behakken) van een stuk hout of steen.

  • Windverband

    Houtdelen of panelen die de constructieve sterkte (stabiliteit) van een bouwwerk waarborgen.

  • Zware belasting

    Hiervoor worden hoofdzakelijk metalen en chemische pluggen toegepast voor gebruiksbelastingen groter dan 1000 daN, 1000 kg of 10 kN.